prof. mr. Bert van Schaick

Op vrijdag 9 januari 2009 heeft Prof. mr. A.C. van Schaick, hoogleraar Privaatrechtelijke rechtshandhaving en rechtsvergelijking aan Tilburg University en als advocaat verbonden aan Linssen cs Advocaten, zijn ambt als hoogleraar aanvaard met het houden van een openbare rede, getiteld: “Het burgerlijk recht de baas? Over de verwevenheid van burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht”. In zijn rede beschreef Van Schaick hoe de rechter in het burgerlijk proces steeds meer invloed krijgt op de inhoud en uitkomst van de procedure. Vaak wordt dat gerechtvaardigd door het belang dat rechterlijke uitspraken berusten op een feitencomplex dat beantwoordt aan de werkelijkheid. Met een beroep op dat belang wordt ook steeds vaker aanvaard dat de rechter een partij te hulp schiet. Van Schaick keerde zich tegen deze tendens. Hij betoogde dat het burgerlijk procesrecht materiële rechten vaker dreigt te maken en breken dan ooit. Want de vraag zal niet langer zijn of die materiële rechten wel of niet bestaan, maar of de rechter het redelijk vindt dat ze wel of niet bestaan. Partijen zullen hun procestactiek daaraan aanpassen. Zo wordt onvermijdelijk dat steeds meer uitspraken verder komen af te staan van de werkelijkheid. Het belang van een kwalitatief hoogstaande rechtspleging vergt dat de partijautonomie in het burgerlijk procesrecht wordt gehandhaafd, aldus Van Schaick. De rede is uitgegeven door uitgeverij Kluwer te Deventer.

prof. mr. Jan Vranken

Jan Vranken betekent een belangrijke versterking van het wetenschappelijke profiel van Linssen cs Advocaten. Jan Vranken promoveerde in 1978 tot doctor in de rechtsgeleerdheid. Daarna werd hij cassatieadvocaat. In 1983 werd hij benoemd tot hoogleraar privaatrecht aan de universiteit van Tilburg, waar hij een groot aantal promotieonderzoeken heeft begeleid. Door zijn diepgravende boeken en artikelen is hij een invloedrijk civilist geworden, wat werd bevestigd door een ere-doctoraat aan de universiteit van Leiden. Zijn grote gezag heeft Jan Vranken in het bijzonder verworven door de publicatie van drie algemene delen in de toonaangevende Asser-serie.

mr. dr. Hans Menu

Voordat Hans Menu zijn carrière als advocaat begon, is hij in de periode 1989-1994 op Tilburg University werkzaam geweest als wetenschappelijk onderzoeker bij de vakgroep privaatrecht.  Hij doceerde het vak Burgerlijk Recht, verrichte privaat- en bestuursrechtelijk wetenschappelijk onderzoek, begeleidde en examineerde studenten, was mede-bestuurder van een rechtswetenschappelijke onderzoeksstichting, publiceerde tijdschriftartikelen en behaalde in 1994 de graad van “doctor in de rechtsgeleerdheid” met de publicatie en verdediging van zijn proefschrift: “De toezegging in het privaatrecht, een intern rechtsvergelijkende analyse met de toezegging in het bestuursrecht”. Van dit proefschrift is een handelseditie gepubliceerd in de Serie recht en praktijk (nr. 80, Kluwer, Deventer, 1994, ISBN 90 268 2616 8).

mr. dr. Joost de Rooij

Het wetenschappelijk karakter van kantoor en de affiniteit met de agrarische sector verenigen zich in het promotieonderzoek van onze advocaat Joost de Rooij. In 2009 is Joost aan de Rijksuniversiteit te Groningen gepromoveerd op zijn proefschrift “Kan de Meststoffenwet gemist worden?” De aanleiding voor dit onderzoek vormde de door Joost in de advocatuur opgedane ervaringen met betrekking tot deze wetgeving. In de agrarische praktijk blijkt regelmatig dat het ontbreken van afstemming tussen de Wet milieubeheer en de mestwetgeving leidt tot vragen en verrassingen, zowel bij de agrariërs en derdebelanghebbenden als bij de juridische dienstverleners en de overheid. Derhalve heeft Joost in het kader van zijn proefschrift een studie gedaan naar de mogelijkheden en de wenselijkheid van integratie van de Meststoffenwet in de Wet milieubeheer. De balans opmakende concludeerde hij dat integratie van de Meststoffenwet in de Wet milieubeheer wenselijk is en in het Nederlands milieurecht past.

Een integratie van de Meststoffenwet in de Wet milieubeheer heeft (nog) niet plaatsgevonden. De meststoffenwetgeving is en blijft echter wel aan verandering onderhavig. De ontwikkelingen hiervan worden nauwgezet gevolgd bij Linssen cs Advocaten.

mr. dr. Nadine Groeneveld-Tijssens

Nadine Groeneveld heeft de afgelopen jaren naast haar werk als advocaat promotieonderzoek verricht naar de verklaring voor recht. Zij was daarvoor verbonden aan de vakgroep privaatrecht van Tilburg University. Haar onderzoek is niet alleen wetenschappelijk relevant, maar ook zeer van belang voor de praktijkjurist met een civiele procespraktijk. Dat blijkt ook wel uit het feit dat haar dissertatie is opgenomen in de serie Burgerlijk Proces & Praktijk van Wolters Kluwer. Op haar disseratie “De verklaring voor recht”  is zij op 29 juni 2015 ten overstaan van de promotiecommissie gepromoveerd.

mr. dr. J.J.A. Braspenning

Na het afronden van een juridische en bedrijfseconomische studie schreef Jurgen Braspenning zijn proefschrift Een gedragswetenschappelijk perspectief op de consumentenkredietovereenkomst. In zijn proefschrift legt hij de verbinding tussen het nationaal en Europees financieel consumentenrecht en empirische inzichten uit de (gedrags)economie en de Psychologie. Op 24 november 2017 verdedigde Jurgen zijn proefschrift in de aula van de Universiteit van Tilburg. De handelseditie van zijn promotieonderzoek verscheen in december 2017 bij Uitgeverij Paris.